Voorwoord

Horizon Flevoland klaar voor de volgende fase: van pionier naar aanjager

Elke ochtend om kwart over acht ervaar ik hetzelfde fenomeen: lange files die Flevoland uit stromen. Duizenden Flevolanders die dagelijks hun provincie verlaten om elders te werken. Het toont de paradox van onze jonge provincie: we hebben prachtige woongebieden gecreëerd, maar zijn nog onvoldoende een plek waar bedrijven zich willen vestigen en waar mensen hun werk vinden. Dat moet anders. Flevoland moet doorgroeien van een woonprovincie naar een volwaardige woon- én werkprovincie.

Die transformatie vraagt om wat ik graag ‘zelfbewustzijn’ noem – een eigenschap die zowel onze provincie als Horizon Flevoland nog verder kan ontwikkelen. Toen ik eerder dit jaar als interim-directeur bij Horizon startte, trof ik een organisatie aan die haar kracht nog niet volledig kent en uitstraalt. Horizon doet heel veel goede dingen, maar is nog te bescheiden in het claimen van haar successen en te voorzichtig in het nemen van het voortouw.

Enthousiaste organisatie

Wat ik bij Horizon aantref, is een enthousiaste organisatie die naamsbekendheid heeft opgebouwd bij gemeenten, ondernemers en stakeholders. De mensen hier zijn gepassioneerd over hun werk – ik zie collega’s die zich helemaal inzetten voor het Maritieme cluster op Urk of die zich bezighouden met de veelbelovende ontwikkelingen rond het Instituut voor Geavanceerde Materiaalkunde en Metrologie in Almere. Die regionale verandering is goed. Maar als ik kijk naar landelijke ontwikkelingen, zie ik dat die binnen onze provinciegrenzen nog niet zo zijn ontwikkeld als elders binnen Nederland.

Die houding past eigenlijk niet bij Flevoland.

Onze provincie ontstond letterlijk uit het water door de wilskracht van pioniers die de mouwen opstroopten en zelf hun toekomst vormgaven. Die pioniersmentaliteit zit nog steeds in het DNA, maar we moeten door naar de volgende fase: die van groeien.

We hebben als Horizon daarbij als voordeel dat we relatief jong en kleiner van omvang zijn dan oudere en grotere ROM’s. We zijn daardoor wendbaarder, minder belast door complexe structuren, en hebben de ruimte om echt vernieuwend te zijn. Letterlijk en figuurlijk.

Bijzondere positie

In het landschap van negen Nederlandse ROM’s neemt Horizon een bijzondere positie in. Waar andere regio’s al decennia gevestigde clusters hebben, staan wij aan het begin van opwindende ontwikkelingen. Het High Tech Brandpunt in Almere, de defensiecluster rond Lelystad Airport, de mogelijkheden in AgriTech – het zijn allemaal kansen die we zelf kunnen vormgeven. Die vrijheid moeten we koesteren en benutten.

De rol die ik voor Horizon zie, is die van facilitator en accelerator. Niet de organisatie die alles zelf doet, maar die andere partijen in staat stelt om samen meer te bereiken. We moeten van ‘aanwezig zijn’ naar ‘aan tafel zitten waar de toekomst wordt bepaald’.

Dat betekent een proactieve samenwerking met de Economic Board Flevoland, stevigere verhoudingen met het provinciehuis, en vooral: het zelfvertrouwen om voorop te lopen in plaats van te volgen.

Historische mijlpaal

2026 is ook cruciaal omdat we toewerken naar een historische mijlpaal: de toetreding van het ministerie van Economische Zaken als aandeelhouder van Horizon. Dit nieuwe aandeelhouderschap biedt ons direct toegang tot landelijke beleidsvoering en versterkt onze positie in het Nederlandse innovatielandschap. Het opent deuren naar programma’s zoals de Nationale Technologie Strategie en het SecFund, waar Horizon als volwaardige partner kan deelnemen.

Parallel aan deze ontwikkelingen zijn het opzetten van een nieuwe meerjarenstrategie én een aanscherping van de KPI’s in 2026 cruciaal. Samen met de Provincie kijken we hoe we de huidige KPI’s (zie overzicht in de bijlage)verder kunnen ontwikkelen, zodat ze meer recht doen aan onze activiteiten en beter inzicht geven in de impact van Horizon.

Dat meerjarenplan moet– in afstemming met de stakeholders – richting geven aan de toekomst van Horizon en onze positie in een veranderend economisch landschap. Belangrijk hierbij is de nieuwe omgevingsvisie die door de provincie wordt uitgewerkt en waarin de ambities en langetermijndoelen voor de fysieke leefomgeving worden vastgelegd. Onderliggend blijft het Economisch Programma 2024-2028 richtinggevend.

In het nieuwe meerjarenplan ligt opnieuw een kans om zelfbewustzijn te tonen: in plaats van afwachten wat er van ons wordt verwacht, kan Horizon zelf de agenda bepalen en ambities formuleren. Door vernieuwend te zijn. Door durven te kiezen, te focussen en vooral: door te geloven in eigen mogelijkheden.

Mijn wens voor de toekomst is een Flevoland waar niet alleen minder auto’s ’s morgens naar buiten gaan, maar waar ook meer mensen naar binnen stromen. Een provincie waar bedrijven zich vestigen omdat ze hier de perfecte combinatie vinden van ruimte, talent en innovatiekracht. En een Horizon dat daar de motor van is – zelfbewust, proactief en onmisbaar. Mijn opvolger wens ik veel succes met deze mooie club mensen in een provincie vol ambities.
Auteur: Marius Prins Interim-directeur Horizon Flevoland (mei – november 2025)