De parel van de Zuiderzee
Vanaf 3 oktober 1939 was Urk officieel geen eiland meer, maar onderdeel van Flevoland. Een emotioneel moment voor de Urkers (3). Het voormalige eiland is in de geschiedenis en ontwikkeling van Flevoland misschien een wat vreemde eend in de bijt, een al bestaande en hechte gemeenschap die niet alleen hun zelfstandigheid maar ook ‘hun’ Zuiderzee werd afgenomen. Daarnaast waren ze in de beginjaren ook niet welkom in de beschermde economie van Flevoland, zonder toestemming van de Rijksdienst. Dit was het gevolg van de selectie, je was alleen welkom als je werd goedgekeurd.
“Dit is voor die veerkrachtige Urker ondernemers alleen maar een inspiratiebron geweest om zich extra te bewijzen. In reactie daarop hebben ze zich ontwikkeld. Wij zijn niet welkom, dus dan doen we het zelf wel”, aldus Eva Vriend. “Dat fanatisme en die drift dat een goede ondernemer kenmerkt, zie je daarin natuurlijk ook. Daar ontvlamde iets”. Ze zijn met grotere kotters op de Noordzee gaan vissen en hebben hun markt verbreed door zich niet alleen toe te spitsen op het vissen, maar ook op de verwerking en handel van vis. “In die tijd kwam het niet bij mensen op dat de Urkers zouden blijven vissen, ze dachten dat het gewoon uit zou sterven”, zegt Eva Vriend. “Er is ook een tijd geweest dat ze dachten we maken daar een twaalfde polderdorp van. Het idee dat ze zouden vissen en bijdragen aan het voedselverhaal dat we nu over Flevoland vertellen, was in die tijd echt nog niet aan de hand”.
“Je kunt bijna geen Urker ondernemer tegenkomen die zich niet identificeert met dat verhaal, van de vissers die zich opnieuw hebben moeten uitvinden na de voltooiing van de Afsluitdijk. Daar putten ze allemaal inspiratie uit, en tot op de dag van vandaag hechten ze eraan dat Urk er goed op staat. Ik denk dat je wel kunt stellen dat vandaag de dag zowel de ondernemers van Urk als de rest van Flevoland inzien dat samenwerking hen verder brengt, die grenzen zijn wat dat betreft wel weggevallen. Daar waren misschien de bedrijven ook wel de eerste en goede voorbeeldgevers in”
