Waarom nu?

Flevoland telt inmiddels ruim 6.000 logistieke en transportbedrijven, en het aantal vrachtbewegingen groeit elk jaar. Wat ooit een voordeel was, begint nu zijn grenzen te bereiken. De ruimte en bereikbaarheid raken steeds voller. Landelijk wordt nog altijd zo’n 70% van al het goederenvervoer over de weg gedaan, tegenover 17 tot 19% via de binnenvaart. Daarmee blijven veel kansen voor duurzaam en efficiënt vervoer onbenut.

Nieuwe Europese regels zoals ETS-2 en de komst van zero-emissiezones maken wegtransport duurder. Met stijgende brandstofprijzen en een tekort aan chauffeurs neemt de druk op de logistiek snel toe. Grote opdrachtgevers willen tegelijkertijd hun supply chain groener en transparanter maken, en vragen hun partners om concrete stappen in CO₂- reductie en duurzame logistiek.

Steeds meer ondernemers kijken daarom naar multimodaal transport: een slimme mix van weg, water en spoor. Door vrachtstromen deels via het water te laten lopen, kunnen bedrijven hun leveringszekerheid vergroten en hun uitstoot verlagen. Vooral voor vaste containerstromen is de binnenvaart een sterke troef. Ook buiten Flevoland wordt volop ingezet op deze modale verschuiving, ofwel modal shift. In buurprovincies als Overijssel en Gelderland ontstaan vergelijkbare initiatieven om vrachtstromen deels via het water te laten verlopen. Europese programma’s zoals Connecting Europe Facility (CEF) en nationale corridors tussen Rotterdam, Antwerpen en Noord-Duitsland laten zien dat multimodaal vervoer een duidelijke groeirichting is.